Logo

1948 (2)

Verschenen in de Volkskrant, april 2013

Lees verder…


1948

Verschenen in de Volkskrant, 2013

‘Buiten huilt de wind om het huis’. Dat mag je wel zeggen: eind maart, maar nog lang geen lente.

Liever dan lijf en leden over te leveren aan de ijselijke kou blijf ik binnen waar ‘de kachel staat te snorren op vier’, nou ja, de thermostaat op 20.

Voor wie ze niet heeft herkend, bovenstaande zinnetjes komen uit ‘1948’, een liedje dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd geschreven en gezongen door Kees van Kooten en Wim de Bie. Hun nostalgische ode aan het ‘derde (oorlogs)vredesjaar’ en in één moeite door aan hun Haagse kindertijd is een bewerking van het al even wonderschone ‘Alone Again’ van Gilbert O’Sullivan. Juichende adjectieven schieten te kort.

Eerder al schreef de onvolprezen Ierse singer/songwriter zijn hit ‘Nothing rhymed’. Jammer dat hij zich steevast presenteerde in oubollige vermomming. Op instigatie van welke producent weet ik niet, maar misschien had de dodelijk verlegen Lolito dat typetje zelf bedacht. Verkleed als straatschoffie uit een kinderfilm: pet over het opgeschoren haar, in korte broek en op soldatenkistjes schoof hij als een haas achter de piano en ramde er op los. Alsof hij zich schaamde voor zijn eigen verschijning.

Terug naar ‘1948’. Al bij het eerste couplet ziet mijn geestesoog een vredig huiskamertafereel met Vader aan het hoofd van de tafel en Moeder op de stoel-die het-dichtst-bij-de-keuken-staat. Niks, éénoudergezin, niks, twee pappa’s, twee mamma’s, niks, een pappa die mamma is geworden of andersom, maar een Familie Doorsnee met gezeglijk nageslacht. De meisjes spelen met poppen en de jongens met de meccanodoos. Kijk ze met z’n allen onder die lamp met franje zitten, hun ellebogen op het mollige bovenkleed. Zo-even werd dat nog afgedekt door een soort zeil waarop het avondeten stond te dampen. Niks Pasta, wokgroenten of Marokkaanse lamsstoof uit zo’n geinige Tajine, maar, indien voorradig in die schrale jaren, aardappelen, vlees en groente.

Inmiddels zijn de dekschalen, diepe borden en het gero-bestek vervangen door een ganzenbord- of Mens-erger-je niet-spel, terwijl op de radio de bonte-dinsdagavondtrein voorbijtsjoeketjsoekt. En als vanzelf dient het overbekende refrein zich aan: ‘Toen was geluk heel gewoon.’ (Alone again, naturally)

Wim en Kees zongen hun duet in Hadimassa, het satirische televisieprogramma waaraan ook ik heb meegewerkt. Bij iedere repetitie van het liedje schoot ik vol en tijdens de opname zag ik het tweetal door een waas van tranen. Dat deze ironische allesbegrijpers zo’n onverbloemd ontroerende tekst durfden te zingen! En… dat ze.. pijama’s hadden aangetrokken, hun haar nat gemaakt! Okay, het stond in de tekst: ‘We gingen nog in ‘t bad, haartjes nat, nog even op’, maar nu waren het grote jongens!

Achteraf denk ik dat deze regeltjes van Kees van Kooten zijn. Zoals ook ‘gezichten (op) in ‘t behang, maar niet echt van binnen bang’.  Niemand die met zoveel vertedering terugkijkt op zijn eigen jeugd. Maar toen had hij al die boeken nog niet geschreven; toen dacht ik nog de enige te zijn die terugverlangde naar le temps perdu.

Thuis maakte ik mijn toenmalige echtgenoot deelgenoot van mijn enthousiasme. Hij was  platenproducent; dat trof. In de vlottere, beter gezongen, op het grote publiek gerichte versie van Gerard Cox bereikte ‘1948’ de 23e plaats in de Nederlandse top 40! Mede dankzij mij, huilebalk achter de schermen.

Het wordt tijd dat deze evergreen uit de mottenballen wordt gehaald. Henk Poort en Danny de Munk, neem het liedje, liefst tweestemmig, op in jullie  prachtprogramma! Richard Groenendijk, gebruik het als rustpunt tussen je geestige conferences!

Wel zou ik dan graag eindelijk eens een graantje mee willen pikken van de royalties.

‘Buiten huilt de wind om het huis’. Dat mag je wel zeggen: eind maart, maar nog lang geen lente.

Liever dan lijf en leden over te leveren aan de ijselijke kou blijf ik binnen waar ‘de kachel staat te snorren op vier’, nou ja, de thermostaat op 20.

Voor wie ze niet heeft herkend, bovenstaande zinnetjes komen uit ‘1948’, een liedje dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd geschreven en gezongen door Kees van Kooten en Wim de Bie. Hun nostalgische ode aan het ‘derde (oorlogs)vredesjaar’ en in één moeite door aan hun Haagse kindertijd is een bewerking van het al even wonderschone ‘Alone Again’ van Gilbert O’Sullivan. Juichende adjectieven schieten te kort.

Eerder al schreef de onvolprezen Ierse singer/songwriter zijn hit ‘Nothing rhymed’. Jammer dat hij zich steevast presenteerde in oubollige vermomming. Op instigatie van welke producent weet ik niet, maar misschien had de dodelijk verlegen Lolito dat typetje zelf bedacht. Verkleed als straatschoffie uit een kinderfilm: pet over het opgeschoren haar, in korte broek en op soldatenkistjes schoof hij als een haas achter de piano en ramde er op los. Alsof hij zich schaamde voor zijn eigen verschijning.

Terug naar ‘1948’. Al bij het eerste couplet ziet mijn geestesoog een vredig huiskamertafereel met Vader aan het hoofd van de tafel en Moeder op de stoel-die het-dichtst-bij-de-keuken-staat. Niks, éénoudergezin, niks, twee pappa’s, twee mamma’s, niks, een pappa die mamma is geworden of andersom, maar een Familie Doorsnee met gezeglijk nageslacht. De meisjes spelen met poppen en de jongens met de meccanodoos. Kijk ze met z’n allen onder die lamp met franje zitten, hun ellebogen op het mollige bovenkleed. Zo-even werd dat nog afgedekt door een soort zeil waarop het avondeten stond te dampen. Niks Pasta, wokgroenten of Marokkaanse lamsstoof uit zo’n geinige Tajine, maar, indien voorradig in die schrale jaren, aardappelen, vlees en groente.

Inmiddels zijn de dekschalen, diepe borden en het gero-bestek vervangen door een ganzenbord- of Mens-erger-je niet-spel, terwijl op de radio de bonte-dinsdagavondtrein voorbijtsjoeketjsoekt. En als vanzelf dient het overbekende refrein zich aan: ‘Toen was geluk heel gewoon.’ (Alone again, naturally)

Wim en Kees zongen hun duet in Hadimassa, het satirische televisieprogramma waaraan ook ik heb meegewerkt. Bij iedere repetitie van het liedje schoot ik vol en tijdens de opname zag ik het tweetal door een waas van tranen. Dat deze ironische allesbegrijpers zo’n onverbloemd ontroerende tekst durfden te zingen! En… dat ze.. pijama’s hadden aangetrokken, hun haar nat gemaakt! Okay, het stond in de tekst: ‘We gingen nog in ‘t bad, haartjes nat, nog even op’, maar nu waren het grote jongens!

Achteraf denk ik dat deze regeltjes van Kees van Kooten zijn. Zoals ook ‘gezichten (op) in ‘t behang, maar niet echt van binnen bang’.  Niemand die met zoveel vertedering terugkijkt op zijn eigen jeugd. Maar toen had hij al die boeken nog niet geschreven; toen dacht ik nog de enige te zijn die terugverlangde naar le temps perdu.

Thuis maakte ik mijn toenmalige echtgenoot deelgenoot van mijn enthousiasme. Hij was  platenproducent; dat trof. In de vlottere, beter gezongen, op het grote publiek gerichte versie van Gerard Cox bereikte ‘1948’ de 23e plaats in de Nederlandse top 40! Mede dankzij mij, huilebalk achter de schermen.

Het wordt tijd dat deze evergreen uit de mottenballen wordt gehaald. Henk Poort en Danny de Munk, neem het liedje, liefst tweestemmig, op in jullie  prachtprogramma! Richard Groenendijk, gebruik het als rustpunt tussen je geestige conferences!

Wel zou ik dan graag eindelijk eens een graantje mee willen pikken van de royalties.


Kapper

Verschenen in de Volkskrant, maart 2013

Op TV 5 zag ik ‘Le mari de la coiffeuse’, een film uit 1990 met in de hoofdrol Jean Rochefort, een van Frankrijks tragikomische topacteurs.

Lees verder…


Maakbare man

Verschenen in de Volkskrant, maart 2013

Af en toe raadpleeg ik de boekentop-60 van de CPNB. Tot mijn verbazing ontbreekt  ‘De maakbare man’. Nog wel. Want ik hoorde, dit weer tot mijn vreugde, dat Maxim Februari’s cri-de-corps overal moet worden nabesteld.

Ik heb zijn ‘notities over transseksualiteit’ – en over de schrijver zelf in mannengedaante- achter elkaar uitgelezen. Ondanks de overzichtelijke omvang kom je als leek alles te weten wat je nog niet wist. En voor wie goed leest nog net iets meer. Op dit moment heeft mijn levensgezel het boekje in handen.  Wee zijn gebeente als hij niet net zo enthousiast is als ik. Woon ik met iemand onder één dak, dan kan hij het beter in alles met me eens zijn.

Nog maar net heeft die schat de eerste pagina omgeslagen of ik begin al te insisteren: ‘Nou, wat vind je??’ Op iets te dreigende toon, ik hoor het zelf. ‘Hmm, aardig,’ luidt het typisch mannelijke antwoord, want mijn geliefde zit nog goed in zijn testosteron. Maar ik niet:  (‘Aárdig?! Hoe bedóel je?!’) Goddank weet ik me te beheersen.

Maar inmiddels is hij halverwege en zodra  ik iets bespeur wat op een waarderend lachje lijkt, als ik ten tweede male toe ‘En…?’

‘Concies.’ Op zo’n van testosteron doortrokken adjectief was ik zelf niet gekomen, dus heb ik het maar even opgezocht:’ ‘bondig’.

Terug naar de boekentop 60. Ooit stond ik zelf op 40; dat duurde maar even want alles gaat voorbij. Op die plaats edelfigureert nu ‘Het belastingparadijs’, geschreven door drie (!) mannen. Het gaat over multinationals die profiteren van het Nederlandse belastingstelsel. Kunnen die kerels wel: een arme schrijfster van haar plaats verstoten.

Dat ‘Stoner’ van John Williams bovenaan staat, kan ik billijken. Maar snuffelt mijn muis naar beneden, dan stuit zijn snuit op een zooitje ongeregeld. Weliswaar doemen her en der literaire werken op, maar die worden gelardeerd door evenzovele  polderthrillers: ‘Tegenlicht’ van Esther Verhoef  (5) ‘Het châlet’ van Suzanne Vermeer (9) en  ‘De Wilden’ van Marion Pauw (24). Dat deze razend spannende boeken door vrouwen in elkaar zijn geknutseld juich ik toe: alles beter dan achter het aanrecht, maar als consument deins ik terug voor teveel opwinding, zoals ook bij detectives op de televisie. Al bij de eerste bladzij, het eerste shot, schiet ik in stokstaartjeshouding. Altijd ligt er in een drassig natuurgebied wel een meisjeslijkje onder plastic; eromheen bedrijvige politie. Weerloos van amusementsbelustheid  en adrenaline, maar tegelijkertijd geërgerd dat ik me weer heb laten inpakken zit ik iedere keer weer de voorspelbare ontknoping uit. En is tenslotte na veel piefpafpoef de strijd uitgestreden, dan voel ik me een leeggelopen ballon.

Sinds gisteren is er een en ander verschoven op die boekenlijst. Er af zijn ‘Meisjes van Jan de Wit’, verhalen van slachtoffers van Loverboys. Hun hoerenleed werd opgetekend door Patricia Perquin die eigenlijk zelf geen prostituee is, die eigenlijk  niet  bestaat, want die  eigenlijk Valerie Lempereur heet die op haar beurt …Maar één ding is zeker: ze wordt, evenals Maxim Februari, uitgegeven door Prometheus. En daar zit een schrijver snor. Niet in de laatste plaats dank zij al die Tinten Grijs. Een van deze werken heeft het veld moeten ruimen maar op 11 zegeviert nog steeds ‘vijftig tinten vrij’. Wel pakken donkere wolken zich samen. Was in ‘ Vijftig tinten grijs’ (14) studente Anastasia nog in de opbouw want kreeg ze ‘een sadomasochistische verhouding met Christian Grey’, op 11 komt de klad er in: ‘Juist nu Anastasia en Christian Grey gelukkig zijn, dreigt het noodlot’.

Hier komen een aantal tips om het risico gebonden aan het beleggen met binaire opties zo klein mogelijk te maken. Ten eerste raad ik je aan goed onderzoek te doen naar wat binaire opties zijn en hoe je hier mee kunt beleggen. Hierna ben je klaar om een strategie te zoeken waarmee je denkt een mooie winst te kunnen maken. Lees hier de beste strategieën. Om zeker te zijn dat je met een goede en betrouwbare broker aan de slag gaat is mijn volgende tip het lezen van de reviews op de site. Ook de ervaringen van andere beleggers zullen je helpen een goede keuze te maken. Nu nog één stap voor je begint, lees de pagina met tips goed door, zo voorkom je onnodig risico en veel gemaakte fouten.

In gedachten zie ik het glimhoofd van Mai Spijkers, dat parmantige  Prometheusbaasje, want: haan met gouden eieren.

Morgen op het boekenbal is het kledingvoorschrift zwart met goud. Wat zou de Brabantse dandy daar dragen? Twee paar bretels van gesponnen goud?

Over maakbare mannetjes gesproken.


Kater

Verschenen in de Volkskrant, maart 2013

‘‘T is vijf  uur,’ zong Ramses Shaffy maar die zwalkte op dat tijdstip meestal stomdronken en euforisch door de stad. Nog niet op weg naar huis, nog lange niet, maar naar zo’n ontwrichtend ochtendcafé.

Lees verder…


! Dit is een oude versie van deze website, deze website is niet langer actief !
disclaimer